Als muziek van Bach: invoelend en objectief tegelijk*
In gesprek met Helen IJsselmuiden

Vol-ledig, de school van Helen, bestaat twintig jaar. Op een zonnige zaterdag in februari wordt dit in Zeist gevierd met een programma dat varieert van een demonstratie zwaard tot workshops taiji, qigong en meditatie, van lekker eten of thee proeven tot poëzie en vorm geven aan je grootste verlangen. Het is er een komen en gaan van mensen.

Vol-ledig, Helen IJsselmuiden

Helen, ik zag zaterdag opvallend veel rustige en sterke vrouwen.

Mijn insteek in de lessen is: wat ervaar je nu? Daar focus ik op: op het jezelf ervaren door te aarden, dan leg je een bodem waarin je kunt ontvangen wie je bent. Als je geen bodem hebt, ga je óf omhoog, machogedrag vertonen, of je maakt je kleiner, gaat krom staan, één van de twee, maar je kunt dan niet rusten in jezelf.

Je columns voor het tijdschrift vormden een genuanceerde, gegronde vrouwelijke inbreng. Ook je blogs getuigen van gevoel zonder dat ze zweverig worden.

Mijn moeder is van mij bevallen in wat later een abortuskliniek zou worden, huis Uyt den Bosch in Haarlem. Op mijn geboortekaartje stond: moeder is in het bos en vader is in de wolken. Dit is Chinees ten voeten uit: de aarde en de hemel. Die twee moet je als mens met elkaar zien te verbinden.

 Zaterdag zei je: Ik houd van feestjes maar ben er het liefst onzichtbaar. Raar voor iemand die al twintig jaar voor groepen staat.

Het is het mooiste wat me is overkomen, of beter, wat ik heb kunnen kiezen natuurlijk. Het is een hele ontwikkeling geweest. Opgegroeid met vier grote broers vertoonde ik van klein meisje af aan macho gedrag. Door een ongeluk kom je makkelijk in slachtoffergedrag terecht. En dat is wat 20 jaar Vol-ledig mij heeft gebracht, dat ik steeds meer in mezelf aanwezig ben in plaats van óf er onder te duiken óf eroverheen te gaan. Geen van deze gedragingen zet je in je energie, in het aanwezig of geworteld zijn. Die rationele kant en die gevoelskant moeten bij elkaar komen.

De qigong die je onderwijst is gebaseerd op het afvoeren van afvalstoffen, de zogenaamde binqi?

Ik heb dat geleerd bij het Buqi instituut waar ik in 1999 begon te trainen bij papa Shen, dr. Shen Hongxun.

Hoe kwam je daar terecht?

In de jaren 80 trainde ik taiji in Den Haag en Utrecht, waar ik tegen de mannelijke manier van trainen aan liep. Ik zat vast in mijn bekken, maar er was niemand die me daar op wees. Als je daar niet op traint kom je geen stap verder. In 1992 heb ik een ongeluk gehad waardoor ik er een jaar uit was. Nadat ik met Feldenkrais opkrabbelde wilde ik toch weer naar taiji: het had me geraakt en niet meer losgelaten. Mijn docente bood me op zeker moment een groep aan van mensen met fibromyalgie (‘jij hebt ook een handicap, is dat niks voor jou?’). Ik dacht, laat ik het eens drie lessen proberen. Ik kon niet meer achter een bureau zitten, of als vertegenwoordiger de weg op. Ik was 29 en had geen enkel werkperspectief meer. Toen die lessen mij én hen bevielen ben ik met scholing in taiji begonnen: bij een leerling van Jan Kraak, Jan Snel, heb ik twee certificaten tai chi tao gehaald. Het was daar dat iemand me zei: ‘Jij moet eens bij het Buqi Instituut gaan kijken, volgens mij is dat iets voor jou’. En zo belandde ik een eerste weekend bij Shen Jin; die haar les begon met spontane beweging. Ik wist daar niets van af. In mijn beleving begon een zaal van 80 mensen totaal hysterisch te doen. Toch waren ze niet zo gek als er uitzagen, want toen Shen Jin zei: ‘Stoppen’, stopten ze allemaal. Alles wat ik kon verkrampen had ik intussen verkrampt.

Je had geen zin om je eraan over te geven?

Het was bedreigend voor mij, ik had geen idee wat er gaande was. Pas als ik snap wat er gebeurt, gaat dat bedreigende karakter weg. Na die eerste dag dacht ik: ik ben dapper als ik morgen terugkom. Dat er ‘iets was’ had ik wel door, maar wat dat was?

Wel was ik na dat weekend voor het eerst sinds het ongeluk pijnvrij. Dan wil je wel teruggaan, ook al zie je dat gekrijs en gedoe niet zitten. Langzaamaan ging ik snappen wat de bedoeling was en was het wel oké. In die tijd werd er weinig uitgelegd; je moest je er letterlijk aan overgeven en als controleliefhebber is dat niet zo gemakkelijk. Tegelijkertijd snapte ik wel dat het klopte: ik ging vertrouwen op mijn eigen ervaring.

Pa Shen heeft me in mijn herstelproces begeleid en hield me scherp in de gaten. Hij stuurde me regelmatig uit het groepsgebeuren, naar een uithoek van de zaal. Ik ben lange tijd door hem beschermd. Zonder mij te kennen zag hij dat ik te gemakkelijk binqi opneem: ‘Je moet eerst twee voeten op de grond hebben, dan komt het wel goed’. Op zeker moment gaf hij me zijn vertrouwen en mocht ik dingen uit zijn systeem in mijn lessen inbrengen voor zover als ik ze beheerste. Hij stimuleerde me daarmee ook om bij mezelf te blijven en te voelen wat paste en wat niet. Weer later werd ik gebeld: dr. Shen wil een gesprek met alle leraren in Nederland. Ik dacht: hee, hier heeft een promotie plaatsgevonden! Ik ben bij hem gebleven tot aan zijn dood in 2011.

Gebruik je in je lessen spontane beweging?

Ja. Dat is onvoorstelbaar mooi, omdat het uit het lichaam voortkomt en niet vanuit het denken. Het is voor veel mensen lastig om zich er aan over te geven. Hoewel het dus uit het lichaam komt, maakt het tegelijkertijd ook de geest soepel, omdat die hier niets mee kan en zich dus moet overgeven aan het onbekende.

Je bootst niets na; spontane beweging is een van de weinige dingen die je met je ogen dicht doet binnen het buqi-systeem. Het is iets heel natuurlijks wat de aarde je geeft. Door je naar de aarde toe te ontspannen, kan de aardekracht omhoog komen en door je heen gaan werken.

Vol-ledig is een centrum voor taiji, qigong, coaching en buqi healing.

Het allerbelangrijkste voor mij is je innerlijke drijfveer; dat is ook wat ik mensen vraag als ze op les komen: wat wil je? Wil je alleen iets aanleren of groeien: waar ben je en waar wil je heen?

Voor mij is belangrijk dat jij gaat ervaren wat taiji met je doet en hoe het voelt in jou. Van daaruit ontwikkel jij je; je komt met vragen en ik kan een richting duiden. Je gaat op zoektocht en probeert in die bewegingsleer op je eigen vragen antwoorden te vinden.

Als docent moet je heel goed de oorspronkelijke theorie kennen, net als Shen Jin, en die kunnen hanteren met de speelsheid van haar broer Shen Zhengyu.

Ik heb een leerlinge gehad die MS had en daardoor blind was. Als ik haar een oefening gaf kreeg ik iets terug te zien waarvan ik dacht: dit is niet zoals ik het bedoelde. Maar stemde ik me af op haar energie, dan voelde ik dat wat zij deed energetisch wel overeen kwam met mijn vraag. Toen ik eens een les afwezig was, gaf zij de groep aan wat er innerlijk in een oefening moest gebeuren en een andere deelnemer liet zien hoe het uiterlijk/fysiek moest.

Je zegt: bij de grootste pijn zit de meeste energie; breng dat in beweging. Is dat wat je zelf gedaan hebt?

Zeer zeker. Dat is fysiek strekken en ontspannen, zodat je pijn de ruimte geeft en hij letterlijk in beweging kan komen. Maar het is ook mentaal ruimte maken om de pijn aanwezig te laten zijn. Ontspan in je ongemak, zeg ik vaak in mijn les.

Pijn wordt eerder gevoeld dan andere sensaties?

Je kunt ook dingen voelen die prettig zijn. Je kunt daarmee zelfs los komen van pijn: ‘Oké, je hebt daar pijn, en ga nu eens naar de positieve kant: waar voel jij je prettig in je lichaam?’ Pijn en prettig is gelijkwaardig aan elkaar. Het is voor sommige mensen een openbaring om te kunnen kiezen waar ze hun aandacht, hun energie in stoppen. Het gaat dus niet om het ontkennen van de pijn, die blijft bestaan, die is erkend. Dat is heel belangrijk. Én naast de pijn zijn er ook nog andere zaken.

Je bent begonnen op de HBO Museummedewerker, daar zit je kunstliefde?

Ja, dat ook, maar ik werd er heel breed opgeleid: veel kunstgeschiedenis, geschiedenis en tegelijk management, marketing, schrijven. De ondergrond is uiteindelijk heel passend geweest ook al lijkt hij mijlenver af te staan van wat ik nu doe.

 Ik zie creativiteit juist een grote rol spelen in alles wat je aanbiedt. Je zegt ook ‘het gaat niet om het recht van de sterkste maar om het recht van de meest creatieve’.

Ja, creatieve werkvormen zijn belangrijk. Je hoort altijd dat je taiji in je dagelijks leven moet gebruiken, maar ik zag op mijn lessen dat dat moeilijk gaat. Het gaat verder dan snappen dat je goed rechtop moeten zitten.

Als je naar de vijf elementen kijkt, dan zie je een scheppingscyclus. Hoe schep je met wat je leert bij qigong of taiji een leven dat je past? Kijk eens naar ’an’, duwen: je brengt binqi naar buiten en tegelijk stel je je grenzen waarbinnen je iets tot stand kan brengen. Of het kennen en beheersen van de krachten ‘peng’ en ‘an’. Die zijn essentieel in tuishou, net als in het leven. Je kunt niet alleen maar nemen evenmin kun je alleen maar geven. Het leven is een geven en nemen.

Ik heb daarna een opleiding psychosynthese met kunstzinnige therapie gevolgd; vanuit mijn boekenwijsheid over kunst zocht ik naar hoe je op kunstzinnige wijze gestalte kunt geven aan wat in je leeft. Dat zit ook in qigong, dat je je verlangens naar boven voelt komen; die verlangens brengen je laagje voor laagje steeds dichter bij jezelf.

En daarmee bij het universele, want uiteindelijk zijn die twee hetzelfde. Bij het Buqi Instituut loop je pakua met z’n tweeën; je gaat reageren op elkaars positie en energie. Ook daar vindt dus eigenlijk spontane beweging plaats. En op het moment dat je volstrekt jezelf bent, ben je één met die ander.

Dat is zo’n grote ervaring geweest: het moment dat ik het meest mezelf ben, ben ik één met het geheel. Spiritualiteit ligt niet buiten je, maar diep in je. In je bekken en in je bodem.

Hoe kan ik die vijf elementen gebruiken? In ‘je liefste leven’ zet ik je allereerst aan het denken over je verlangens en laat je ze vorm geven. Elk mens heeft een werkvorm waarin hij of zij zich het best thuis voelt: bewegen, schilderen of zingen. Zet je verlangen in die vorm, geef je er helemaal aan over. Als je dan wat afstand neemt herken je: oh, dát is wat ik eigenlijk verlang! Met kunst of beweging kun je vorm geven aan dingen die je mentaal nog niet bevat. Het is heel ontroerend om dit proces, deze zoekweg, met iemand te doorlopen.

Wat zoek je dan, harmonie?

Je zoekt een weg die toegang geeft tot de helende kwaliteiten in iemand zelf. Het is zoeken voorbij de handicap; niet gehinderd door wat er niet kan, maar aansluiten bij wat mogelijk is en wat vreugde en weer energie brengt. Je aanpassen aan de veranderingen die het leven met zich meebrengt. Dat is taiji bij uitstek.

Gooi je bij het opruimen van oud leed het beste de inhoud van de kast ongezien weg?

Het Buqi Instituut zegt dat. Spontane beweging maakt dingen los; wat er loskomt, komt los; voorbij is voorbij. Je moet er geen energie meer in investeren. Tijdens de les troost je niet. Voor 95% ben ik het daar mee eens, maar sommige dingen zal je wél onder ogen moeten zien. Want bepaalde reacties of houdingen zitten in je als een groef, je valt er steeds mee in herhaling. Die groef wil gezien worden, erkend worden. Pas als dat gebeurd is, kun je ook hem loslaten.

Reik jij regelmatig te veel naar anderen uit?

Dat is mijn groef. Daarom heb ik een fantastisch en boeiend vak, want elke dag word ik er mee geconfronteerd. Het gaat steeds beter; ik leer om me te blijven uitreiken zonder daarbij mijn eigen volheid te verliezen. Het is prachtig om werk te doen waarin ik dit uitentreuren kan oefenen.

Je schrijft dat je een keuze hebt op het moment dat er emoties langskomen. Bedoel je dat je er niets mee hoeft te doen?

Nee, een emotie zet je juist in beweging. Er is een kort moment nadat je hem voelt waarop je nog connectie in jezelf kunt maken. Dus niet meteen bam, gedachteloos op de golf meegaan, maar even dat moment nemen om te voelen ‘wat gebeurt er in me?’ om dan te bewegen vanuit wat jij wilt. Het is een in-beweging-komen van binnen naar buiten.

Je vergelijkt het met pushing hands?

Je wordt geduwd, neemt de energie van de ander op, laat die naar de aarde gaan en laat ‘m terug komen: je kan de ander ermee langs je heen leiden of je kunt die ander in zijn kracht zetten. Je hebt die keus. Essentieel is in beweging komen, dus niet wat ik als kind leerde een gezellig gezicht blijven trekken en de energie alleen maar absorberen. Maar hem opnemen én terug leiden. E-movere is doen bewegen. Daar heb ik nog steeds veel in te leren, dat doe ik bij Shen Zhengyu en Denise Bloemen.

Je blijft je zelf ontwikkelen?

Ik zoek altijd iets om verder te komen, ook om gevoed te blijven. Om stiller te worden in mezelf en te blijven in het dagelijks leven. Dat ik niet meer overal een gedachte of een oordeel over hoef te vormen, maar gewoon mijn gang kan gaan, dat zoek ik in scholing. En dat ik oprecht durf te zeggen wat er in mij omgaat op een zodanige manier dat de ander kan horen wat ik zeg. Zoals je in het samen pakua lopen met elkaar een verbinding aangaat en tot een eenheid komt. Ik wil leren om dat tot iets natuurlijks te maken.

Je hebt ook Boeddhistische psychologie gedaan?

Daar kan ik niet mee verder omdat je er emoties alleen leert parkeren. Er werd gezegd: ‘Ik hoef in mijn uiterlijk handelen niet te laten zien dat ik verlicht ben.’ Dat is voor mij een uitspraak die niet kan: ik wil wel verlicht zijn, maar dat moet dan voor iedereen duidelijk zijn. Ik wil niet op een troon gezet worden, daar gaat het niet over, maar mijn handelen moet congruent zijn aan mijn geest.

 Je lijkt te zoeken naar de verbinding tussen Oosterse en Westerse spiritualiteit? Onder meer in het katholicisme, in de Benedictijnse leer. Waar zit het fysieke deel in de westerse spiritualiteit?

Precies. Mijn vader was in de wolken mijn moeder in het bos. Als kind ben ik uit mijn fysieke balans gestoten en op de geestelijke component aangewezen; daar heb ik mijn anker gevonden. Geleidelijk aan leer ik mij te ankeren in het aardse bestaan en in mijn fysieke wezen. En dat is het enige waarin je je gronding kunt maken. Uiteindelijk gezien kun je hier op aarde met alleen een geestelijk anker niet overleven, je móet een fysiek anker hebben. Denise Bloemen is bij uitstek iemand die mij hierin voedt. Ze helpt me nog meer te gronden. Zo hoor ik weer van mensen in mijn lessen: ‘als er één ding is wat je hier leert is het dat je met twee poten op de grond moet staan’. Wat ik het meest heb gemist, is wat ik anderen aanleer, omdat ik daarvan weet dat dat is wat je nodig hebt.

Een geestelijke anker, graag. Maar pas nadat je hier terug bent, hier en niet ergens anders. Hier! Pas als je kunt gronden kun je het centrum van de geest leeg maken, anders gaat het fout. Meditatie wordt vaak misbruikt om problemen níet aan te pakken en niet ín het leven te gaan staan maar erboven.

Na dat ongeluk ben ik bij een antroposofisch huisarts geweest die zei: ‘Je bent gewoon uit je lijf geklapt; de kans was groot dat je ook al slecht in je lijf zat voordat dit gebeurde en nu moet je zien er weer in te komen. Dus die whiplash heeft me ertoe gezet om de fysieke koppeling te hervinden.

In je blogs lees ik vaak over adem, gevoel, zachtmoedig, emotie, energie?

Ik realiseer me dat ook mijn jubileumboekje weer die spirituele kant benadrukt; dat is van waaruit ik schrijf, mijn vertrouwde Thuis. Maar het fysieke huis begint steeds meer een thuis te worden. Al kan ik van daaruit lastig schrijven omdat ik er nog eigen woorden voor moet vinden. Voor mij bekt ‘onderste energiecentrum’ evenmin als ‘je nulpunt’. In mijn lessen heb ik het vaak over ‘thuis’ en over ‘basis’. Kom thuis in je basis, bijvoorbeeld. Het is de kunst om woorden te vinden die mij aanspreken, die mij vragen om daar te zijn, en die tegelijkertijd ook jou aanspreken om daar te zijn. Dat is een wisselwerking.

Iedere tijd vraagt om zijn eigen verwoording. We hebben mensen van de theorie keihard nodig, ik moet de theorie er bij blijven betrekken. Alleen: daarna is er nog een vertaalslag nodig.

 Je vertaalt het taoïstische verhaal van de slager en zijn snijkunst naar de lege ruimte die we in taiji en qigong zoeken (‘deze ruimte is er als je het midden vindt tussen tegengestelden in jezelf: tussen voor en achter, strekken en ontspannen, in- en uitademen’). Ik heb deze vertelling altijd minder letterlijk opgevat, als iets met je volle aandacht doen.

Maar dat is die leegte.

?

Dat is diezelfde leegte.

..

Exact diezelfde leegte.

En toen was het stil.

 

* Jean-Jacques Suurmond in Trouw van 16.02.2016

Artikel gepubliceerd in TQT, maart 2016; copyright en meer informatie: info@tqt.nu

 

 

 

Geplaatst door Connie Witte op 17 april 2016