Een levensregel voor beginners

Het boek ‘Een levensregel voor beginners’ geschreven door Wil Derkse (ISBN 978 90 209 4184 5) wil de Benedictijnse regels vertalen naar vormen van samenleven en samenwerken buiten de muren van het klooster; een gezin, een school, een bedrijf, een orkest, een ziekenhuis. De benedictijnse spiritualiteit is hiervoor uitermate geschikt. Ze is eenvoudig, weinig spectaculair en down to earth. Ze sluit goed aan bij een spreuk uit de Zen-traditie: ‘Vóór de verlichting: hout hakken en water putten; ná de verlichting hout hakken en water putten’. In essentie wil het ook zeggen accepteren dat iedereen een beginner is; iedere dag probeer je ‘met vallen en opstaan te leven naar de Regel’. Deze zachtmoedige houding ten opzichte van jezelf en anderen is voor mij universeel herkenbaar (zen, boeddhisme, mindfulness). Het gaat erom hetzelfde anders te doen, niet om naar heel nieuwe en andere inzichten of mystieke ervaringen op te klimmen.

Een levensregel voor Beginners Wil Derkse recensie

Wil Derkse

Wil Derkse is getrouwd en vader van twee dochters. Hij is door beloften als oblaat (op afstand één met het klooster, als leek) verbonden met de benedictijnse St. Willibrodsabdij in Doetinchem. Hij is hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij gebruikt zijn eigen ervaringen bij het ontdekken van de benedictijnse leefregels én de praktische toepasbaarheid daarvan in zijn privé- en werkzame leven als voorbeeld. Dat maakt het een makkelijk en prettig te lezen boek, gelardeerd met veel herkenbare situaties. In de opbouw van het boek gaat Derkse eerst in op zijn eigen kennismaking met benedictijnse spiritualiteit. Daarna behandelt hij de benedictijnse leefregels heel secuur, door vanuit de letterlijke vertaling van de leefregels en beloften van Benedictus te beginnen.

Benedictijnse regels

Wat mij het meeste aansprak is de eenvoud van de regels. Een paar woorden waar een hele logische wereld in samenhang wordt beschreven. Het eerste woord van de Regel van Benedictus is ‘luister’, het laatste woord is perviens ‘komen waar je wilt zijn, resultaat’. Benedictijns leven is aandachtig luisteren om tot resultaat te komen. Aandachtig luisteren gaat niet vanzelf. Dat vraagt Stabilitas (erbij blijven, niet ergens voor weglopen, commitment), Conversatio morum (een dagelijks gesprek met jezelf, dagelijks verbetermanagement) en Obedientia (eerbiedig aan elkaar gehoor geven, echt willen luisteren). Dit zijn de drie benedictijnse beloften, die makkelijk vertaald kunnen worden naar de huidige samenleving. Het merendeel van het boek gaat over hoe in het klooster met deze beloften worden omgegaan en wat we daarvan kunnen toepassen in ons leven buiten het klooster.

Gastvrijheid

Eén voorbeeld dat mij in zijn eenvoud aansprak (vrij vertaald blz. 51/52): ‘de Regel stelt dat gasten gastvrij ontvangen moeten worden, want iedere gast kan de Heer zijn. Daarom wordt in een klooster de portier opgedragen om zodra iemand aanklopt of een arme om hulp vraagt, te antwoorden met: ‘God zij dank’. Vertaald naar onze huidige samenleving: elk telefoongesprek is een kwestie van gastvrijheid, en dus van luisteren en respons geven. Maar onze spontane reactie als de telefoon gaat is om dat te ervaren als een storing. We voelen ons wat geïrriteerd – en aan de andere kant wordt daarop geanticipeerd: ‘Stoor ik je? Heb je een minuutje voor me? Je hebt het zeker druk, komt het wel gelegen?’ Dit kan ook (een beetje) anders. Een telefoongesprek aannemen is een kans om een gast te ontvangen. Als de telefoon gaat, wacht dan even met opnemen, en wel om je innerlijke houding een beetje te veranderen: van irritatie in de richting van gastvrijheid. Om me (Derkse, red.) daarbij te helpen spreek ik vaak een kleine mentale ‘zegenbede’ uit over mijn nog onbekende gast uit: Benedicamus Domino – want het zóú de Heer kunnen zijn. Mijn verandering van houding, hoe bescheiden die ook gelukt is, zal aan de andere kant van de lijn een klein beetje gevoeld worden. De conversatie zal er een iets andere toon en inhoud door krijgen.’

Benedictijns timemanagement

In het laatste deel van zijn boek presenteert Wil Derkse de benedictijnse leefregels als modern ‘tijdmanagement’; de moeilijke kunst van het beginnen, de nog moeilijker kunst van het ophouden, en de moeilijkste kunst van het vinden van de juiste houding tussen het beginnen en ophouden, waardoor je het nooit meer ‘druk’ hebt. Hij laat zien dat een vast dagritme kan helpen om het beginnen en ophouden, inspanning en ontspanning, structuur te geven. Maar dat je ook kunt ‘spelen’ met het vaste dagritme als je de kunst van het beginnen en ophouden onder de knie hebt. Alles wat je doet, kun je met onverdeelde aandacht doen als er tussen het begin en eind daarvan alleen plaats is voor wat je moet doen. Net als het uurtje waarin ik met toewijding nu deze recensie schreef. Mijn bijdrage aan de Benedictijnse spiritualiteit voor alle dag voor vandaag.

De essentie van het Katholicisme

Voor mij raakt de levensregel van Benedictus de essentie van het Katholicisme. Door gebeurtenissen van de afgelopen jaren (opvattingen in de katholieke kerk, de zelfverrijking, de hiërarchie etc.) is het soms niet makkelijk me met de katholieke kerk te identificeren. Met de mooi geschreven toepasbaarheid van de Regel op de huidige samenleving van Wil Derkse, is voor mij het integreren van het katholieke gedachtegoed in mijn dagelijkse zoektocht naar bezinning weer een stukje makkelijker geworden.

 

Geplaatst door Baukje op 3 februari 2016