Alle blogs met tags: Balans

balans

Voordat ik indertijd naar Zuid-Afrika vertrok, zeiden vrienden tegen mij dat het zo bijzonder is dat daar bijna geen schemering is. In Zuid-Afrika, elke dag rond een uur of vier, zag ik, nee, voelde ik, of misschien waren het wel al mijn zintuigen die ervoeren, dat de nacht de dag had overwonnen. Het licht kon zich alleen nog terugtrekken. Twee uur later viel, zo leek het, van het ene op het andere moment de duisternis in.
 
In de oudheid leefden in wat nu China heet, veel mensen langs de twee grote rivieren de Huanghe en de Yangtze. De rivieren waren de hartslag van hun leven. Elk jaar gaven overstromingen vruchtbare slib op de akkers. Droogte zorgde voor armoede. Analoog hieraan zagen ze het menselijk lichaam als een land waar rivieren doorheen stromen. Gezondheid is zorgen dat de energie, het water, vrij binnen de energiekanalen, de rivieren, kan stromen. Dan is er geen droogte en zijn er geen overstromingen. In Europa vond een geheel andere ontwikkeling plaats. Hier was het koud en vochtig. Mensen probeerden de kou uit hun botten te houden. Zo ontstond meer aandacht voor de substantie: weefsel, spieren en botten.
 
Taiji en qigong zijn beide Chinese bewegingskunsten. In deze kunsten staat het stromende, de energiebeweging, centraal. Je probeert daar waar stagnatie, pijn, is weer stroming te krijgen. Daar waar de energie buiten zijn oevers treedt, een druk hoofd bijvoorbeeld, zorg je dat de overmaat aan energie wordt weggeleid.
 
Aandacht voor het weefsel waar de energie door stroomt, is bij de meeste Westerse taiji- en qigong-leraren minimaal. Veelal wordt het Chinese voorbeeld gevolgd van een leraar die voor de groep staat en leerlingen die hem nadoen. Persoonlijke aanwijzingen zijn er nauwelijks. En juist deze zijn nodig, als je geen natuurtalent bent. In je fysieke houding toon je je geestelijke gesteldheid. Hiervan ben je je veelal niet bewust waardoor je jaren achtereen op dezelfde wijze oefeningen uitvoert zonder in de gaten te hebben dat je in feite je energiestroom indamt in plaats van hem krachtiger te maken. De uiterlijke imitatie brengt weinig innerlijke ontwikkeling.
 
Balans tussen het stromende en het vaste in je lichaam is nodig. In Chinese termen: balans tussen yin en yang, de tegendelen die niet zonder en niet met elkaar kunnen. Zonder dag, geen nacht.
 
In de Westerse bewegingsleer is balans een bekend begrip. Drie vormen van balans zijn te onderscheiden:

in balans en vol energie

Om cellen de mogelijkheid te geven voedingsstoffen op te nemen en afvalstoffen uit te scheiden maakt de schildklier thyroxine aan en brengt dit in het bloed. Op het moment dat de hypothalamus, een deel van het centrale zenuwstelsel, merkt dat er wel heel veel thyroxine in het bloed zit, zegt hij tegen de hypofyse, ook wel onderste hersenaanhangsel genoemd, ‘genoeg thyroxine in het bloed!’. De hypofyse vermindert dan zijn hormoonproductie, waardoor de schildklier minder thyroxine aan het bloed gaat afgeven. De hypothalamus registreert deze verandering en zet de hypofyse aan om meer hormonen te produceren, zodat de schildklier weer meer thyroxine aan het bloed gaat afgeven. Dit terugkoppelingsmechanisme zorgt voor een evenwichtige stofwisseling. 
 
Het hormoonstelsel en het zenuwstelsel reguleren door voortdurende terugkoppeling alle lichaamsfuncties. In je lichaam heerst zo gezegd een dynamische balans.  Er is balans zolang de waarden tussen bepaalde grenzen blijven. Dit is iets heel anders, dan een balans van een weegschaal. Die is in evenwicht als aan beide zijden van de balans evenveel gewicht hangt; een statische balans. Elke verandering leidt dan tot disbalans. Met de Chinese bewegingskunsten taiji en qigong en met meditatie stem je je af op jouw dynamische balans. Je strekt en je ontspant. Je ademt in en je ademt uit. Je bent in rust en je bent in beweging. Hierdoor ondersteun je en versterk je de dynamische balans in je lichaam en leer je die ook in je dagelijkse activiteiten leven te behouden. Je ervaart dit als ’vol van energie’. Je bent levenslustig en kunt met veranderingen in jezelf en in je leven omgaan.
 
In de Chinese filosofie heet deze dynamische balans de ’theorie van yin-yang’, uitgebeeld in het symbool van een cirkel met daarin een wit visje met een zwart oog en een zwart visje met een wit oog. Bij een cirkel is zowel de buitenzijde als de binnenzijde ervan leeg. Doordat de binnenzijde leeg is, kan het zowel het zwarte als het witte visje bevatten. Lao Tze, een Chinees denker die rond 600 voor Christus leefde, verwoordt het als volgt:
 
Dertig spaken komen samen in één naaf.
En dank zij het gedeelte waar niets bestaat,
beschikken we over een wagenwiel;
van klei wordt vaatwerk gevorm,
en dank zij de ruimte waar niets bestaat,
kunnen wij ze als vaten gebruiken.
Deuren en vensters worden in de muren van een huis gehakt,
en omdat het lege ruimten zijn,
kunnen wij ze gebruiken.
Zo genieten wij enerzijds van het bestaan,
en maken anderzijds gebruik van niet-bestaan.
 
Met meditatie ervaar je weer dat ruimte ook jou omvat, zoals een golf zowel een golf is als een deel van de zee. In taiji en qigong worden je bewegingen soepeler en uitgestrekter, zodra je beseft dat de bewegingen in ruimte worden gemaakt. Door ruimte om je heen te ervaren, word je je gewaar van de ruimte in jezelf. Het is als met de ademhaling: de lucht van buiten komt naar binnen en even later gaat diezelfde lucht van binnen naar buiten.
 
De woorden ’yin’ en ’yang’ betekenen de schaduw en de zonzijde van de berg. Gedurende een aantal  uren van de dag staat de berg ten dele in de zon en later heerst hier schaduw. Elke beweging gaat naar zijn uiterste en keert dan om. De zon staat rond het middaguur op zijn hoogste punt en gaat dan dalen om plaats te maken voor de nacht. De mens volgt ditzelfde ritme. Overdag is hij actief en ’s nachts slaapt hij. Dit ritme ervaar je ook bij beoefening van taiji en qigong: je keert telkens terug in ontspanning om van daaruit vanzelf in beweging te komen. Van ontspannen naar strekken en weer vice versa.
 
Het zwarte visje heeft een wit oog en het witte visje heeft een zwart oog. Dit is een essentieel detail: altijd blijft de tegenpool aanwezig. Mensen die lange periode onder druk hard werken, worden ziek. Hun lichaam heeft geen kans gehad tot rust te komen. Er was alleen nog maar een ‘wit visje zonder oog’. Er zijn ook mensen die alleen problemen zien en niet in actie komen; ‘het zwarte visje zonder oog’. Kijk je naar de ademhaling, dan zie je dat bij de inademing ontspanning blijft, zodat de uitademing vanzelf volgt. Bij het uitademen zorgt een goede lichaamshouding ervoor dat je meer kunt uitademen en dat geeft daarna een ruime inademing.
 
Door telkens zo volledig mogelijk in en uit te ademen, ritme in rust en beweging en ritme in strekken en ontspannen wordt de doorbloeding van elke cel optimaal. Je voelt je warmer worden; tintelingen hier en daar. Je voelt de energie door je heen stromen en van binnenuit komt je glimlach tevoorschijn. Je bent in balans en vol energie.