Taiji, een krijgskunst(2)

In januari schreef ik over het krijgsaspect van taiji. Het ontwikkelen van de krijger in jezelf leert je te vechten voor wat jou bezielt in plaats van te vechten tegen wat je niet zint. Dit laatste leidt tot agressie en geweld. Het vechten voor wat voor jou wezenlijk is, kan bijdragen aan een samenleving die voor ieder leefbaar is. Zie wat Nelson Mandela heeft gedaan. 
>> Lees meer

Vol-ledig, Helen IJsselmuiden doet taiji zwaard

Taiji gaat niet louter over vechten. Het is ook een bewegingskunst. Kunst blijkt geen eenduidig begrip te zijn. In de jaren tachtig, toen ik op de opleiding tot museummedewerker zat, werden in de cultuursector heftige discussies gevoerd of kunst met een kleine ‘k’ ook kunst was of dat alleen kunst met een grote ‘K’ dat was. Met een kleine ‘k’ was volkskunst en met een grote ‘K’ was kunst van dé meesters. De kunstenaar Duchamp zette met zijn kunst begin 1900 al vraagtekens bij de visie dat alleen kunst met een grote ‘K’ kunst zou zijn. Hij gebruikte dagelijkse voorwerpen, zoals een toiletpot, in zijn kunstwerk. Voor mij is kunst dat wat jou boven jezelf verheft. Je komt even uit je eigen beperkte dagdagelijkse wereld en verruimt deze voor wijdere vergezichten. Je perspectief op je dagelijks leven verandert hierdoor. Elke taiji-vorm (serie bewegingen achter elkaar) begint met het tot rust brengen van de geest. In rust en ontspanning ontstaat vanzelf beweging. Hoe meer je in staat bent om de beweging uit zichzelf te laten komen, hoe meer schoonheid de bewegingen uitstralen en hoe meer het je inderdaad boven je gewone leven verheft. Taiji is daarom naast het martiale ook een vorm van kunstbeoefening.

Wanneer ik thuis oefen, dan hangt het van mijn doel af of ik met de techniek of met expressie begin. Als ik emotioneel ben, dan is taiji mijn vriend en vertel ik in de bewegingen alles wat mij beroert. Mijn taiji beoefening is expressief en niet gericht op technisch kloppend zijn. Na verloop van tijd word ik rustiger, omdat mijn vriend taiji naar me geluisterd heeft. Dan krijg ik ruimte om aandacht te geven aan het juist uitvoeren van een beweging. Vaak ontdek ik daarin iets nieuws dat me door de expressieve manier van oefenen is aangereikt. Andere keren wil ik me graag verder bekwamen in taiji. Ik neem dan één aspect of één beweging uit de taiji. Deze herhaal ik gedurende enige tijd. Door met aandacht te bewegen ervaar ik in mijn lichaam hoe ik mijn energie steeds meer ruimte kan geven waardoor de beweging verbetert. Deze manier van oefenen kan leiden naar teveel denken en oordelen. Om de balans te herstellen sluit ik dan af met het lopen van de vorm van uit mijn gevoel.

De technische beoefening en het bewegen vanuit je hart zijn yang en yin. Wanneer ze in balans zijn, dan is taiji kunst. De bewegingen stralen schoonheid uit en tillen ook anderen boven zichzelf uit.

Geplaatst door Helen IJsselmuiden op 3 augustus 2015